Terwijl supporters staan te treuren, zullen bestuursleden van sommige clubs eerder opgelucht ademhalen als een land op het WK voetbal wordt uitgeschakeld. Voor clubs die de internationals leveren aan de landenteams staat er immers veel op het spel. Sommige internationals spelen onder zware omstandigheden wedstrijden voor hun land, waarbij blessures op de loer liggen. Naarmate ze verder raken in het toernooi, missen ze meer van de seizoensvoorbereiding van hun club. Bovendien zijn ze dan verre van uitgerust als de competitie weer begint.
Wereldvoetbalbond FIFA wil voetbalclubs hiervoor compenseren. In combinatie met het prijzengeld heeft zij dit WK een recordbedrag van omgerekend 1 miljard euro beschikbaar gesteld. Daarvan gaat ongeveer een derde naar de clubs van de spelers zelf. De rest, ruim 745 miljoen euro, is prijzengeld dat naar de nationale voetbalbonden gaat, die een deel daarvan weer aan de spelers uitkeren.
Clubs krijgen geld als hun spelers bij de selectie zitten tijdens kwalificatiewedstrijden en ook voor wedstrijden op het WK. Voor dat laatste betaalt de FIFA ongeveer 4.300 euro per speler per dag van deelname. Nieuw is dat tijdens dit WK ook de kwalificatiewedstrijden geld opleveren: de spelers ontvangen daarvoor ongeveer de helft, zo’n tweeduizend euro. Overigens wordt ‘deelname aan het WK’ ruim gerekend: de teller gaat tien dagen voordat het WK begint al lopen en eindigt de dag na uitschakeling van het landenteam.













