"Ik was vergeten hoe heftig het was", zegt Patrice Evra, oud-aanvoerder van het Franse nationale team, in de Netflix-documentaire Les Bleus en grève over het voor de Fransen rampzalig verlopen WK voetbal van 2010. "Deze leugen duurt nu al vijftien jaar."

Evra doelt op Raymond Domenech, destijds bondscoach van het Franse elftal. Zijn mismanagement was volgens de linksback de reden dat Frankrijk slechts één punt pakte en met de staart tussen de benen naar huis ging. Maar in de media en de politiek ontstond het beeld dat de crisis werd veroorzaakt door een luie, arrogante en verwaande selectie.

"Het Franse elftal vecht nog steeds tegen 2010", zegt Simon Kuper. Hij is columnist bij de Financial Times, auteur van het WK-boek De wereld aan mijn voeten en woonachtig in Parijs. Het beeld dat een aantal niet-witte spelers in verzet kwam en in staking ging, bleef volgens hem in de hoofden van veel Fransen hangen.

En hoewel het drama van 2010 op sportief vlak inmiddels ver achter Les Bleus ligt - in 2018 won Frankrijk het WK, in 2022 haalde het de finale - vecht de huidige generatie topvoetballers nog altijd tegen dat beeld. Dat heeft veel te maken met radicaal-rechtse politici, die de Franse voetballers graag het verwijt van een gebrek aan vaderlandsliefde maken.