Met de bal aan de voet zoekt Michael Olise naar ruimte. De kwartfinale tegen Marokko is al een kleine tien minuten bezig, en de Franse schaduwspits is uitgeweken naar de rechterkant van het veld. Voor het doel staat het volgebouwd met de rode shirtjes van de tegenstander. De meest logische optie zou zijn: terugspelen naar de achterhoede, en daar het spel verleggen naar de andere kant. Zo zouden de meeste teams dat doen.
Maar de ploeg van bondscoach Didier Deschamps is niet zoals de meeste andere teams. Zoals Michael Olise niet is zoals de meeste schaduwspitsen. Hij begint aan een dribbel, pal voor het strafschopgebied van Marokko langs, en speelt dan Kylian Mbappé aan. Die draait weg en geeft de bal meteen door aan linksvoor Désiré Doué, helemaal vrijgelaten door de Marokkaanse achterhoede. Zelfde uitkomst, snellere route.
Het moment is hooguit een voetnoot, bij al het fraais dat later nog volgt. Maar het zegt alles over wat Frankrijk dit toernooi de voornaamste kandidaat voor de wereldtitel maakt. Les Bleus spelen verrassend, vol durf en aanvalslust. Voor Marokko is dat op een klamme namiddag in Boston te veel. De laatste overgebleven deelnemer van het Afrikaanse continent komt er donderdag nauwelijks aan te pas: 2-0.















