Google Maps kent dit parkje-met-watertje nog niet en naar een naambordje speur je tevergeefs. Maar het bestaat en heeft een naam. Het Granpré Molièrepark ligt midden in een nieuwbouwwijkje in Delft, tussen de universiteitscampus en de A13, die achter de bomen ruist.
Marinus Jan Granpré Molière geldt als aanvoerder van de Delftse School, een nostalgische architectuurstroming die rond 1930 opkwam, in baksteen dacht en het platteland idealiseerde. Hun woonhuizen, kerken en gemeentehuizen moesten bijdragen aan een gevoel van geborgenheid.
Niet voor niets draagt het parkje in de Schoemaker Plantage zijn naam. De ontwerpers van de wijk noemen hun stijl de Nieuwe Delftse School. Huizen in roodbruin baksteen met ronde ornamenten van composiet dat natuursteen suggereert. Kleine ramen, steile pannendaken. Aan sommige gevels hangt een smeedijzeren uithangbordje. Dan weet je dat hier Beau, Quint, Vita en Luc met hun ouders wonen.
„Toen we hoorden dat de ontwerpers op de Delftse School teruggrepen, wisten we dat we daar iets mee moesten”, zegt René Dings, lid van de gemeentelijke Straatnamencommissie en auteur van het standaardwerk Over straatnamen met name (2017). „Maar er waren veel meer straten dan architecten uit die school. Granpré Molière was bovendien een probleem. Je wilt het niemand aandoen om bij elke bestelde pizza ‘Granpré Molière’ te moeten spellen.”












