Het Walenpleintje, in de binnenstad van Amsterdam. Loop vanaf het station dwars door het red light district, slalom langs dwalende toeristen, steek de Oude Hoogstraat over en sla af op de Oudezijds Voorburgwal. Een gietijzeren hek, een betegeld pleintje en dan, ingeklemd tussen de grachtenpanden: de Waalse kerk. Al 450 jaar een goed verborgen Franse enclave.

In de zestiende eeuw onteigende het stadsbestuur de katholieke eigenaren van de kerk en droeg die over aan Franstalige protestantse vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden, in de zeventiende eeuw kwamen ook de hugenoten – protestanten die het katholieke Frankrijk ontvluchtten. Voortaan heette de kerk L’Église wallonne en werd er in het Frans gepreekt.

Op het hoogtepunt waren er in de Republiek 62 Waalse kerken. Koning Lodewijk Napoleon begon die in de negentiende eeuw af te schaffen – Franstalige kerken vond hij overbodig, de voertaal in Nederland wás al Frans. De kerk in Amsterdam bleef Franstalig en protestants, en is dat nog steeds.

De Waalse kerk, op een maandagavond in maart. Emma Doude van Troostwijk zit op het podium en leest voor uit haar boek dat in het Nederlands Mensen van de dag heet. Ze is 26. Het publiek in de zaal – Franse Nederlanders en Nederlandse Fransen – is minstens tweeënhalf keer zo oud als zij. Op een van de zijbeuken is een mobieltje gemonteerd, via FaceTime luistert haar grootmoeder mee.