Er heerst op deze warme zomerse junidag een opgewekte drukte rond het Anne Frank Huis aan de Prinsengracht in Amsterdam. Het wemelt er van vooral buitenlandse toeristen. Zij voegen zich in de lange rij voor de ingang om de hoek of laten zich door elkaar fotograferen voor huisnummer 263, waarachter Anne Frank met familie en bekenden jarenlang ondergedoken zat.

Er zou een hilarisch filmpje te maken zijn met een montage van al die elkaar aflossende, bijna trots poserende toeristen voor het huisnummer. Wijlen Martin Parr, beroemd om zijn foto’s van lummelende dagjesmensen, zou er wel raad mee hebben geweten.

Hilarisch? Tja, dat is meteen het probleem van deze beroemde locatie. Wat zich hier op zulke dagen afspeelt, is een vercommercialisering van de omgeving die in volstrekte tegenspraak is met de tragedie die er zich destijds heeft afgespeeld.

Vlak naast het huis is het een komen en gaan in Smidtje Canal Café, voor ,,vers bereide lunches tot heerlijke snacks en drankjes’’. Enkele meters verderop, langs de gracht, heeft Smidtje een terras met vijf tafels geplaatst die voortdurend bezet zijn. Het terras grenst aan de gracht waar een aanlegsteiger is voor doorlopend aanmerende of vertrekkende, feestelijk versierde rondvaartboten; ook Smidtje heeft zo’n boot. Veel van die boten zijn in het midden uitnodigend voorzien van een lange tafel met gevulde drankflessen, een boot is dan ook terecht naar Herman Brood vernoemd.