Een afgezakt spaghettibandje, haren in de wind en een onbeschaamd gebaar. De foto die Van der Elsken in 1983 maakte van Helena de Jong, is een toonbeeld van de vrije Amsterdamse straatcultuur uit die tijd. Het beeld prijkt momenteel aan de gevel van het Rijksmuseum ter promotie van de tentoonstelling Ed van der Elsken. Up Close, die dit weekend opende.
Dat een fietstocht uit de jaren tachtig haar ruim veertig jaar later tot het gezicht van een grote tentoonstelling zou maken, zag De Jong niet aankomen. Haar zoon fietste langs het Rijksmuseum en herkende haar, vertelde ze tegen AT5. Haar foto wordt gebruikt op posters, flyers en de cataloguscover, maar zonder dat het museum tevoren haar toestemming vroeg. Voor De Jong kwam het als een verrassing: „Dit had ik echt niet verwacht.”
Op sociale media zien we dagelijks een eindeloze stroom beeldmateriaal voorbijkomen. We delen zelf meer beelden dan ooit, maar zodra iemand anders ons fotografeert en die beelden verspreidt, wordt dat een ander, ongemakkelijk verhaal.
Vrijheid of privacy?
Het geval van de foto van De Jong bungelt tussen artistieke vrijheid en privacy, zegt mediarecht advocaat Merel Teunissen. Volgens haar speelt er een klassieke belangenafweging, die niet alleen geldt op het moment dat de foto wordt gemaakt, maar ook wanneer een instelling besluit een foto opnieuw te publiceren.











