Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft een inclusieve taalgids samengesteld met daarin een lijst van woorden waar je als ambtenaar mee moet oppassen. Uitsluiting en stereotypering kunnen immers ingebakken zitten in woorden die onschuldig lijken. Volgens de gids, die begin april uitlekte, kunnen ambtenaren bijvoorbeeld beter ‘jij-dag’ zeggen dan ‘vaderdag’ en ‘moederdag’.
Een ruime meerderheid van Tweede Kamerleden sprak met afschuw over zo veel betutteling. Verantwoordelijk staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs en Emancipatie, VVD) nam haastig afstand van de gids.
Het is niet verrassend dat taalvoorschriften emoties oproepen. Als je toch al vindt dat je in dit land niets meer mag zeggen, komt zo’n woordenlijst binnen als een regelrechte provocatie. Aan de andere kant hoef je je beeldscherm maar aan te zetten om precies het tegenovergestelde waar te nemen. Op sociale platforms is schelden, schimpen en schofferen de alledaagse omgangsvorm geworden. Het is eveneens de voertaal van radicaal-rechts, MAGA en de manosphere.
Zowel correcte als incorrecte taal kunnen beroering veroorzaken. Tegelijk is taalgebruik zelden onderdeel van verdiepende analyses over wantrouwen en polarisatie. Woorden doen ertoe, maar we zijn geneigd ze te zien als de omhulsels waarin mensen hun ideeën verpakken. Belangrijk, maar uiteindelijk gaat het over de ideeën zelf. Toch hebben spanningen in de samenleving altijd óók te maken met de manier waarop ideeën in gesprekken worden verdedigd, met de taal die we daarbij gebruiken. En het ongelukkige is dat taalgebruik voortdurend spanningen reproduceert die we door te praten juist willen verminderen.









