Het stramien is bekend. Al jaren spinnen uiterst rechtse politici garen bij het in de publieke ruimte slingeren van telkens meer racistische, anti-democratische geluiden. Daarmee wakkeren ze woede en verontwaardiging aan onder het electoraat en spelen zich in de kijker bij media en politieke concurrenten.
Een volgende uiterst rechtse escalatie kan steevast rekenen op verontwaardiging, en een gevoel van (morele) urgentie: we moeten grenzen stellen en van ons laten horen als die bereikt zijn. Onder het mom van ‘normeren in plaats van normaliseren’ volgt telkens een stortvloed van reacties, commentaren en aangiftes. De ‘omstreden’ uitspraken circuleren rijkelijk in de nieuwsmedia en op sociale media. We moeten tenslotte weten met wie we te maken hebben, nietwaar?
Die gedachte is begrijpelijk en niet onterecht. Maar wat gebeurt er na de ontmaskering, zodra de streep in het zand getrokken is en partijen ‘aangesproken’? Dan gebeurt het omgekeerde van wat alle kritische verslaggeving beoogt. De uiterst rechtse opvattingen die zo veelvuldig worden beschreven, raken in de loop van de tijd breed geaccepteerd. Ze worden normaal.
Dit proces van normalisering, uitvoerig door politicologen onderzocht bij uiterst rechts, kan op twee manieren plaatsvinden. De eerste zal voor de meeste NRC-lezers geen nieuws zijn: beweringen van uiterst rechts ongefilterd overnemen, normaliseert ze. Je zou dus denken dat je deze uitspraken, om normalisering te voorkomen, kritisch moet bevragen, factchecken en demystificeren.











