Voetbal is geen politiek. Een handig statement, want zo hoef je je als voetballer niet te mengen in ingewikkelde en gevoelige debatten.

Voetbal speelt natuurlijk wel een rol in de politiek. Het is voor journalisten een handig onderwerp om het ijs even te breken voordat je aan het serieuze werk begint. Je maakt de gesprekken wat persoonlijker.

Zo vind ik het grappig om te zien dat SP'er Jimmy Dijk een groot shirt van Feyenoord in zijn werkkamer had hangen, zónder shirtsponsor. Een foutje, maar daardoor natuurlijk extra aantrekkelijk voor een socialist.

Lodewijk Asscher wilde na zijn vertrek als PvdA-leider liever niet meer praten met de media over de staat van zijn partij, of over de Nederlandse politiek überhaupt. Iedere poging van mijn kant om hier verandering in te brengen hield hij beleefd af, waarna hij gelijk begon over Ajax. Ik trapte daar dan met open ogen in door mee te gaan in de voetbaldiscussies die volgden.

Op zo'n klein niveau is voetbal inderdaad geen politiek. Maar een WK is dat wel, zegt Financial Times-columnist en schrijver van meerdere voetbalboeken Simon Kuper.