Zō is het Japanse woord voor olifant. Het is de dubbelzinnige titel van het meest recente werk van Ohad Naharin. Hoezo olifant? En doet dat er eigenlijk toe, bij een choreografie die van minuut één tot de laatste seconde waanzinnig boeiend is? Maar in het laatste deel verschijnt hij, de olifant in de kamer.

Naharin, inmiddels 73, voormalig directeur van de fameuze Batsheva Dance Company in Tel Aviv, was een van de danskunstenaars die zich in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkelde tot één van de kanonnen van de hedendaagse academische dans. Met zijn Gaga-techniek gaf hij dansers de instrumenten om uiterste flexibiliteit, dynamiek en improvisatievermogen in te zetten bij het vertalen van innerlijke sensaties.

Voor de dansers van het Nederlands Dans Theater is het een heerlijke uitdaging. Zij voeren Zō ‘en rond’ uit in de black box van Amare. Daarmee is het de opvolger van het al even overrompelende The Hole (beste voorstelling van 2018). Bij aanvang krijgt het publiek de bekende instructies: geen foto’s, telefoon uit, et cetera. In drie talen. In de voorstelling klinken liedjes in nog veel meer talen en naast kijken lijkt naar de ander luisteren dan ook het impliciete appèl. Luisteren, ook als je elkaar niet verstaat, naar de klank en het ritme, maar vooral naar de universele emotie.