In de vervallen keuken en wasserij van de voormalige Bijlmerbajes komen bezoekers dit weekend oog in oog met ongebreidelde narigheid. Bij binnenkomst al: door een tunnel van metalen hekwerken (heel toepasselijk op deze locatie) betreedt het publiek de in dikke rookwolken gehulde speelvloer, waar een zwart geklede figuur roerloos tegen een betegelde muur hangt. De vrouw die na enige tijd verschijnt loopt met een dode blik in hyperslowmotion door de ruimte. Weer later kreperen mensen zieltogend op de vloer.

De dolende, levende doden zijn producten van de verbeelding van de Britse muzikant, performer en choreograaf Blackhaine (Tom Heyes), die onder andere bekend is door samenwerkingen met de (omstreden) rapartiesten Ye en Playboi Carti. Opgegroeid in het door armoede en achterstand geteisterde Noordwesten van Engeland kent Heyes de uitzichtloosheid en verveling uit eerste hand. Hijzelf ontsnapte aan de afstomping dankzij zijn woedende rapteksten en een mix van muziekstijlen als drill, postpunk, experimentele hiphop.

In de Bajes kastijden snoeiharde bass drones (140 decibel and counting) de trommelvliezen. Nu en dan klinken eenvoudige, verzachtende gitaarmelodieën, soms valt het geluid helemaal stil. In het tweede deel worden de bewegingen van de zeven performers heftiger. Zelfhaat, agressie, pijn en angst spreken uit hun gebaren en heftige stuiptrekkingen, die Blackhaines affiniteit met de Japanse butohdans verraden. Het thema van isolatie en wanhoop krijgt ook uitdrukking in de teksten die, moeilijk verstaanbaar, worden uitgespuugd door enkele performers.