Als een Cubaan zichzelf lichtjes met wijs- en middelvinger op de schouders tikt, refererend aan de epaulet van een (militair) uniform, verwijst hij naar ‘zij die aan de macht zijn’ op het eiland – politiek én economisch. Op Cuba gaat het om de machtige Fuerzas Armadas Revolucionarias (FAR), de krijgsmacht die via haar economische imperium grote invloed uitoefent op het eiland.

Het Cubaanse leger heeft niet alleen militaire macht, maar via een geheimzinnig militair conglomeraat ook een groot deel van de Cubaanse economie in handen: de luxe hotels die vooral gericht zijn op buitenlandse toeristen, de geldwisselkantoren die de parallelle dollareconomie stutten, de supermarkten, de tankstations, de vrijhandelszone en de grootste haven van het land. Dat militaire conglomeraat, GAESA genaamd, ligt sinds enkele weken vol in het vizier van de Amerikaanse regering van president Trump.

De VS voeren de druk op Cuba al maanden op, onder meer door een olieblokkade. In Havana wordt dat vaak gezien als een poging om een machtswisseling tot stand te brengen. Marco Rubio, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, kondigde begin mei nieuwe sancties aan, speciaal gericht tegen GAESA en diens invloedrijke leidinggevenden. Op 5 juni volgde een nieuwe stap, toen Washington ook sancties oplegde aan de Cubaanse president Miguel Díaz-Canel, leden van de Castro-familie en het Cubaanse ministerie van Defensie. Daarmee richt de regering Trump haar pijlen steeds nadrukkelijker op de militaire en politieke machtskern van Cuba.