Het kostte regisseur Agaath Witteman geen enkele moeite om een dwars standpunt in te nemen: vanaf haar prilste jeugd was zij in verzet, zoals ze in meerdere interviews benadrukte. Ze werd in 1942 geboren in Oegstgeest en groeide op in een anarchistisch-katholiek gezin. Ze studeerde Romaanse talen in Leiden, kunstgeschiedenis in Nijmegen en theaterwetenschap en klassieke archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Op vrijdag 5 juni is ze op 84-jarige leeftijd in haar woonplaats Breukelen overleden. In februari van dit jaar werd bij haar een hersentumor vastgesteld.

Tijdens haar studies begon Witteman met het regisseren van studententoneel. Behalve theatermaker was zij ook politica; tussen 2003 en 2007 had ze namens de Partij van de Arbeid zitting in de Eerste Kamer. Ze hield zich bezig met onderwijs en cultuur; bovendien vervulde ze de functie van voorzitter van de vaste commissie voor Cultuur. Ook was zij van 1991 tot 1993 bijzonder hoogleraar Grieks theater en cultuur aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, met deze leerstoel volgde ze choreograaf Hans van Manen op.

Sinds 1962 was Witteman getrouwd met acteur en regisseur Hans Croiset; samen hadden ze drie kinderen. Een van haar latere regies was die van Beneden de rivieren (2021), een toneelstuk van Ger Thijs waarin ze zowel haar echtgenoot als zoon Julien Croiset regisseerde – destijds respectievelijk 85 en 55 jaar oud. Het was een pure, zuivere voorstelling over dood en vooral leven na de dood.