Het was 14 mei, Valie Export was 85 en stierf. In de internationale pers werd ze stevig herdacht, in Nederland niet. Waarom geen in memoriam? vroeg ik. Omdat niemand haar kent, was het antwoord. Nou, dan moet Niemand zich maar even laten bijpraten, daar krijgt Niemand werkelijk geen spijt van. Deze Oostenrijkse video- en performancekunstenares was de peetmoeder van de feministische performance. Zonder haar geen Guerrilla Girls, geen Pussy Riot, geen Deborah De Robertis en haar wijdbeense actie bij Courbets L’Origine du monde. Ze was gezegend met een vracht tegendraadse verbeelding die ze vervlocht met filosofische veerkracht. Niet bang. Nooit verbeten, wel satanisch en steeds verbaasd dat ze moest wijzen op wat de boerin op haar klompen aanvoelt.
Al in 1969 besteedde ze een performance aan de male gaze. Niet dat die term bestond, maar zij verbeeldde hem: in jeans waar ze het kruis uit had geknipt, wandelde ze heen en weer in de gangpaden van een arthousebioscoop in München. Met haar vulva op ooghoogte van het publiek wees ze op het seksisme van de filmindustrie en de bijbehorende medeplichtigheid van filmbezoekers.
Ik zou zo graag weten welke film er werd vertoond. Was het Easy Rider? Fellini’s Satyricon? Iets van Rainer Werner Fassbinder? Van Alexander Kluge? Mannetjesputters zat. Niemand weet het meer, maar het moet te achterhalen zijn (mooi scriptieonderwerp voor een filmstudent). Het was geen porno, dat herinnerde Valie Export zich wel. De titel van de performance was Aktionshose: Genitalpanik. Met ‘Genitalpanik’ schiep Valie een geweldig woord, daarin verstopt zich het woord ‘Generalpanik’. ‘Algemene paniek’, inderdaad, dat krijg je van vrouwen en hun genitalia, de vulva, men wil er niet van weten, dat is de sleutel voor de male gaze. Die romantiseert het vrouwenlichaam, maar de vulva mag niet meedoen (behalve als krachtterm, dan heet zij ‘kut’).










