Maurice Bailey vind zichzelf maar een nerderige sukkel als hij in de zomer van 1962 kennismaakt met de flamboyante, bijna tien jaar jongere Maralyn Harrison. Na een desastreuze eerste ontmoeting is het Maralyn die het initiatief neemt voor het vervolg. Het is logisch dat Maurice zijn hart verliest aan haar, ze is knap en schenkt hem het nodige zelfvertrouwen dat hij van nature ontbeert. En zij? Ach, liefde is vaak een „verontrustend toeval”, aldus Sophie Elmhirst in Een huwelijk op Zee, het boek over hun ongewone verbond en lijdenstocht op de oceaan. Elmhirst is journalist bij The Guardian en stootte tijdens de Covid-lockdown op het verhaal van het echtpaar.

De reconstructie die ze deed aan de hand van oude krantenknipsels, boeken en het dagboek dat Maralyn bijhield, is adembenemende lectuur. Meteen al op de eerste pagina’s wordt de boot waarmee het echtpaar van Engeland naar Nieuw-Zeeland wil zeilen ergens op de Stille Oceaan ’s nachts keihard door een walvis geraakt. „De boot was hun kindje. Het geluid van het knakkende en versplinterende hout was als een baby’tje dat krijst van de pijn.”

Eerst staren ze nog verweesd naar de hevig bloedende en ongedurige potvis, Maralyn vindt het een ondraaglijk idee dat zij met hun boot verantwoordelijk zijn voor de dood van het dier. Maar al snel groeit het besef dat ze vooral zichzelf moeten redden. Het gat in de langzaam zinkende zeilboot raakt niet gedicht, ze proberen alles wat noodzakelijk is (eten, water, logboeken, schrijfgerei) te redden. Ze maken de kleinere bijboot klaar en pompen lucht in het opblaasbare reddingsvlot om zichzelf en alle noodzakelijkheden om te overleven in veiligheid te brengen. Als dat na een uur hard werken gelukt is, maakt zij van op het vlot met de opkomende zon als achtergrond nog een foto van hun zinkende boot, en van Maurice in zijn ontblote bovenlijf. „Zijn blik was nog niet angstig, eerder overtrokken met een soort nerveuze leegte, alsof hij de situatie nog niet helemaal bevatte, terwijl ze er getuige van waren hoe hun langzaam kapseizende boot midden op de oceaan zonk.”