„Ik ben hier gekomen om je los te laten.” Aan het woord is Helle, een internationaal gevierd beeldend kunstenaar van achterin de dertig, die intens rouwt om Alma, die ze plotseling is kwijtgeraakt. Ze trekt zich terug op een Duits Waddeneiland en struint de stranden af op zoek naar barnsteen, terwijl ze in haar geheugen de lange geschiedenis van haar vriendschap onderzoekt. Hoe kwam de breuk tot stand? Erosie is de tweede roman van dichter Astrid Haerens (1989), die in dit verhaal haar poëtische blik richt op een indringend rouwproces, tegen de achtergrond van een geïsoleerd, onverbiddelijk landschap.

De rouw om een uitgedoofde geliefde of verloren familielid doemt vaak op in romans, die om een verbroken vriendschap minder. Maar: „Vriendschap is niet institutioneel [..]. En daarom zo vrij. Zo echt. Het is de meest waarachtige vorm van liefde”. Vanaf het moment dat ze elkaar leren kennen op de basisschool lijkt Alma een zwaartepunt te zijn waar alles in Helles leven naartoe rolt. Hun symbiose bestaat jarenlang, tot hun tijd aan de kunstopleiding („Misschien was onze band wel het interessantste dat we tot nu toe hadden gemaakt”) en daarna, als ze de kern van een leefgemeenschap vormen in een groot antikraakpand.