Grietje Hoogland neemt ons 15 meter mee onder de grond, naar depot het Ed?) uit De Fabeltjeskrant ons olijk op te wachten. Tegenover hem kindergriezel Karbonkel, volgens de kersverse doctor vroeger verantwoordelijk voor vele nachtmerries onder haar leeftijdsgenootjes.

Een paar stellingkasten verderop betreden we het Hilversumse werkterrein van Hoogland. Stapels kartonnen dozen, vol met tekeningen voor de tv-programma’s. Ze laat prachtige, veelkleurige tekeningen zien. Zoals die van VARA-voorlichtingsprogramma Open en Bloot, van pessarium tot penis erectus, de baarmoeder en de ongewenste eicel. Hoogland: „Beeld en Geluid voelt als thuis. Ik heb hier zo lang rondgelopen. Als ik thuis aan het archief denk, ruik ik het al.”

Hoogland heeft een monsterklus geklaard. Als buitenpromovenda heeft ze in tien jaar tijd de geschiedenis van 45 jaar kindertelevisie (1951-1996) omgeploegd. De getekende geschiedenis wel te verstaan. Kinderprogramma’s waar stilstaande en bewegende tekeningen in voorkwamen. Met personages als Dikkie Dik, de spin Anansi of de kleine Isar in de hoofdrol.

Iconische tv-series als Q & Q en Tita Tovenaar heeft ze laten liggen. „Er is al vrij weinig geschreven over kindertelevisie”, vertelt ze. „En als dat al het geval is, dan kom je al snel uit bij deze programma’s. Prachtige programma’s, maar ik wilde het licht schijnen op de rijke geschiedenis van het getekende beeld.”