De hulp bij de praktijkondersteuner zorgt er op lange termijn niet voor dat mensen mentaal gezonder zijn of aan het werk blijven. Ook worden de wachtlijsten bij de 'gewone' ggz niet korter, blijkt uit onderzoek van Roger Prudon, onderzoeker van Lancaster University.
Prudon onderzocht of de doelen van de Praktijkondersteuner Huisarts Geestelijke Gezondheidszorg (POH-ggz) zijn behaald die bij de start in 2008 werden gesteld. "Drie van de doelen worden niet bereikt: het verlaagt de druk op de ggz niet, verbetert de langetermijngezondheid van mensen niet en voorkomt ook geen baanuitval", somt Prudon op. "Het enige doel dat wel is bereikt is dat meer mensen worden behandeld dan vroeger."
De POH-ggz zou voor sommige mensen en op korte termijn best kunnen werken, benadrukt Prudon. Maar dat heeft hij niet onderzocht. Hij baande zich door datasets met gegevens van in totaal 900.000 Nederlanders en zag daar gemiddeld en op de lange termijn geen verschil.
Ongeveer een op de vijf patiënten maakt gebruik van de praktijkondersteuner als zogeheten overbruggingszorg: hulp terwijl ze op de wachtlijst staan voor de basis- of specialistische ggz. Maar ook bij hen is geen effect te zien. Als ze eenmaal aan de beurt zijn, zien ggz-behandelaars geen betere situatie dan bij de mensen die de praktijkondersteuner in de tussentijd níét zagen.










