Jaarlijks komen zo'n 600.000 Nederlanders bij de Praktijkondersteuner Huisarts Geestelijke Gezondheidszorg (POH-ggz). Daar telt ons land er meer dan drieduizend van. Best een kostenpost: 360 miljoen euro per jaar, ongeveer 5 procent van het hele ggz-budget.
Je kunt je afvragen of die zak met geld niet beter kan worden besteed, zegt onderzoeker Roger Prudon van Lancaster University in gesprek met NU.nl. Hij onderzocht of de doelen van de POH-ggz zijn behaald die bij de start in 2008 werden gesteld. Een klus waar hij nog optimistisch aan begon.
"Drie van de doelen worden niet bereikt: het verlaagt de druk op de ggz niet, verbetert de langetermijngezondheid van mensen niet en het voorkomt ook geen baanuitval", somt hij op. "Het enige doel dat wel is bereikt is dat meer mensen worden behandeld dan vroeger."
De POH-ggz zou voor sommige mensen en op korte termijn best kunnen werken, benadrukt Prudon. Maar dát heeft hij niet onderzocht. Hij baande zich door datasets met gegevens van in totaal 900.000 Nederlanders en zag daar gemiddeld en op de lange termijn geen verschil.
"Als je POH-ggz-patiënten spreekt, hoor je verhalen van mensen die denken dat het werkt. En het zou natuurlijk best kunnen dat de praktijkondersteuner sommige mensen tijdelijk een goed gevoel. Of dat die zich dan meer 'gezien' voelen. Dat weten we niet", vervolgt hij.










