De recente ontmoetingen van Donald Trump en Vladimir Poetin met Xi Jinping in Beijing bevestigen China’s toenemende wereldmacht. Net als in de Chinese keizertijd komen de buitenlandse staatshoofden op audiëntie bij de keizer; de soeverein van het land dat, zo vindt het zelf, qua macht en beschaving boven alle andere naties is verheven. En net als vroeger wordt de buitenlandse gezant in Beijing onthaald met pracht, praal en klinkende handelstransacties, mits hij zich ritueel onderwerpt door het voorhoofd in aanwezigheid van de keizer negen maal op de grond te slaan.
Trump en Poetin volgden dat eeuwenoude draaiboek nauwgezet. Fysiek bleven ze weliswaar overeind, maar hun kruiperige taal verried volledige onderwerping. „U bent een groot leider, het is een eer om uw vriend te zijn”, zei Trump in zijn openingsverklaring. Poetin, die als president voor de vijfentwintigste keer China bezocht, toonde zich niet minder vleierig. Het verschil tussen de twee was het resultaat van hun bezoeken.
De Russische en Chinese leiders tekenden maar liefst veertig akkoorden, hoewel de hoofdprijs Poetin is ontgaan. Sinds het wegvallen van de Europese markt is de export van Russisch gas naar China cruciaal. Die afhankelijkheid buit China uit door er een bodemprijs voor te betalen. De Power of Siberia 2-pijpleiding, die het Russische gas moet gaan vervoeren, is daarom nog steeds niet gerealiseerd.










