Kort na het bezoek van Donald Trump aan China landde de Russische leider Vladimir Poetin vorige maand in Beijing. Het vestigde het beeld van Xi Jinping als de wereldleider bij wie iedereen op audiëntie ging. Maar nu is het Xi zelf die op reis gaat: hij logeert een nachtje bij zijn buurman Kim Jong-un om de ingewikkelde relatie met Noord-Korea te verbeteren.

De Chinese president komt maandag aan in de hoofdstad Pyongyang voor een bezoek dat tot dinsdag duurt en waarover Chinese en Noord-Koreaanse staatsmedia nog weinig details hebben vrijgegeven. Een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken wilde vrijdag op haar persconferentie niet veel meer zeggen dan dat beide landen een traditie kennen van „vriendelijke samenwerking” en dat het bezoek kansen biedt om die verder te ontwikkelen.

Vanouds zijn China en Noord-Korea nauwe bondgenoten. De beide volksrepublieken vochten zij aan zij in de oorlogen waaruit ze zijn ontstaan, en Noord-Korea is het enige land ter wereld waarmee China een bindend wederzijds verdedigingspact onderhoudt. China is bovendien goed voor meer dan 90 procent van de buitenlandse handel van Noord-Korea.

Maar de laatste jaren kwam er steeds meer ruis op de lijn. Het stoorde Pyongyang dat China opriep tot „denuclearisering” van het Koreaanse schiereiland en zich aansloot bij VN-sancties tegen het land. Beijing keek intussen bezorgd toe hoe Noord-Korea de banden met Rusland aanhaalde, onder meer door militaire steun te verlenen aan de Russische oorlog tegen Oekraïne, en zo onder meer toegang kreeg tot militaire technologie die China niet had willen verschaffen. Bovendien heeft kernmacht Noord-Korea in Moskou een alternatieve bondgenoot, die denuclearisering „een gepasseerd station” noemt. Een Chinees-Noord-Koreaans ‘vriendschapsjaar’ ging in 2024 vrijwel geruisloos voorbij.