Het was dit jaar in Peking een komen en gaan van buitenlandse leiders. Eerst kwamen de Britse, Spaanse en Canadese premier en de Duitse bondskanselier op bezoek. In mei volgden de Amerikaanse president Donald Trump en de Russische president Vladimir Poetin. Nooit eerder kreeg China zo veel hoog bezoek in zo'n korte tijd.
Het was daarbij opvallend dat Xi gedurende die hele periode zelf nergens heenging. Waarnemers zien daarin een groeiend vertrouwen van China, dat zich als betrouwbare speler op het wereldtoneel wil presenteren en graag bezoek ontvangt.
Maar maandag stapt Xi toch weer in het vliegtuig. Hij vliegt dan naar de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang voor een tweedaags bezoek. De officiële aanleiding is de 65ste verjaardag van een defensiepact tussen de twee landen.
Het bezoek is een opsteker voor Kim Jong-un. Dat Xi uitgerekend deze reis maakt, "laat zien dat Noord-Korea in een sterke positie zit", zegt China-expert Frans-Paul Van der Putten.
Xi zal een meer zelfverzekerde Kim aantreffen dan tijdens zijn vorige bezoek in 2019. De Noord-Koreaanse dictator had toen net de mislukte nucleaire gesprekken met de VS achter de rug.











