vandaag, 09:56Voor wandelaars in de uiterwaarden is het een vertrouwd beeld: langs veel Gelderse rivieren steken oude schoorstenen de lucht in. Ze herinneren aan een tijd waarin de baksteenindustrie het Gelderse landschap vormgaf. Maar waarom ontstond deze industrie juist hier en waarom verdwenen zoveel fabrieken later weer?Al sinds het oude Mesopotamië, zo'n 3000 voor Christus, worden bakstenen gebruikt voor het bouwen van huizen en het aanleggen van wegen. Gelderland werd al vroeg een belangrijke plek voor de steenproductie. De eerste steenfabriek van Nederland stond in Gelderland: op De Holdeurn bij Berg en Dal bakten de Romeinen al dakpannen.SlavenarbeidTot de negentiende eeuw moesten de stenen met de hand worden gevormd, een zwaar en modderig karwei. Het was dan ook geen populair werk, dat door de etsenmakers Jan en Caspar Luyken in 1694 zelfs als slavenarbeid werd omschreven.In de negentiende eeuw veranderde de baksteenindustrie als gevolg van de industrialisatie, waardoor sneller en op grotere schaal geproduceerd kon worden. Dit was volgens historicus G.B Jansen in het boek Geschiedenis van de Techniek van Nederland hard nodig. In deze periode groeide de bevolking snel en waren bakstenen nodig voor grote projecten om deze groeiende bevolking te huisvesten. Daarnaast investeerde de overheid in een stenen wegennetwerk en moesten er forten worden gebouwd om Nederland te verdedigen. Voor dit alles waren massa's bakstenen nodig.'De roode daken der steenovens'In de tweede helft van de negentiende eeuw groeide vooral het Rivierengebied uit tot het middelpunt van de steenindustrie. De vele rivieren voorzagen het gebied voortdurend van rivierklei, waarmee steenfabrieken bakstenen konden produceren. In de uiterwaarden, dicht bij het water, verrezen daarom overal steenfabrieken.In 1881 werkten in het Gelderse Rivierengebied bijna 8500 mensen in 140 fabrieken. In sommige dorpen, zoals Beuningen, verdiende een groot deel van de bevolking zijn brood in de steenindustrie. Volgens historicus Marcel Dings bestond ongeveer de helft van alle industrie in het gebied uit baksteenfabrieken.De kenmerkende schoorsteenpijpen gingen het Gelderse rivierenlandschap domineren. In 1880 omschreef dominee Jacobus Craandijk het gebied als volgt:In een wijde bogt stroomt de Rijn, de blanke zeilen van langzaam afdrijvende scheepjes weerspiegelend, de helder verlichte Betuwe omvattend, waar de roode daken der steenovens scherp afsteken tegen het lichte groen der uiterwaarden.Kinderarbeid en stukloonDe industrialisatie maakte het werk in de steenfabrieken niet minder zwaar. Arbeiders maakten lange dagen en verrichtten zwaar lichamelijk werk. Werkdagen begonnen vaak al om vijf uur 's ochtends en duurden tot negen uur 's avonds, met slechts enkele pauzes tussendoor, vertelt Dings. Veel arbeiders kregen stukloon en werden dus per geproduceerde steen betaald. Daardoor lag het werktempo hoog.Ook vrouwen en kinderen werkten mee in de fabrieken. Kinderen deden vaak zwaar sjouwwerk en droegen de houten steenvormen heen en weer tussen de kleitafels en de droogvelden. Sommige kinderen liepen daarbij dagelijks tientallen kilometers. "Het werk moest voortdurend doorgaan", zegt Dings, "want de steenmakers bleven maar produceren."Steenfabrieken konden volgens Jansen alleen draaien tijdens het droge seizoen, tussen april en oktober. In de winter lag het werk grotendeels stil, omdat vorst de stenen beschadigde. Veel arbeiders zaten daardoor maandenlang zonder inkomen. Hoewel het werk beter betaalde dan veel ander ongeschoold werk, kwamen veel gezinnen de winter alsnog moeilijk door.Toch waren de steenfabrieken van groot belang voor de regio. Ze boden duizenden mensen werk en vormden in sommige dorpen de economische motor. In 1962 is het Gelderse Maurik zelfs hét centrum van de Nederlandse baksteenindustrie. De steenovens zijn dan de grootste werkgever van het dorp. Deze beelden komen uit de televisieserie Ons Dorp van Omroep Gelderland:In Maurik werkte een groot deel van de bewoners in de steenfabriekenSporen van een tijdperkGedurende de twintigste eeuw veranderde de steenproductie in Gelderland ingrijpend. Door automatisering konden fabrieken steeds sneller en efficiënter produceren, waardoor minder fabrieken nodig waren om meer stenen te maken.Anno 2026 concentreert de baksteenproductie zich vooral in enkele moderne fabrieken, onder meer in Aalst en Rossum. Veel oude steenfabrieken kregen inmiddels een nieuwe functie als woonhuis, museum of evenementenlocatie. Hun schoorstenen herinneren nog altijd aan een vervlogen tijdperk.Ook het landschap draagt nog duidelijke sporen van de steenindustrie. Fabrieken groeven op grote schaal klei af voor de productie van bakstenen, waardoor diepe kleiputten ontstonden. Veel van die plassen liepen later vol water en veranderden in natuurgebieden. Een voorbeeld daarvan is de Krobsche Waard. "Daar stonden vroeger meerdere steenfabrieken. Door de kleiwinning ontstonden diepe plassen die later veranderden in een nieuw type natuurgebied met bijzondere vegetatie en leefgebieden voor vogels en amfibieën", aldus Dings.