Gewikkeld in doorschijnend plasticfolie lijken het ingepakte rollen dönervlees. Het zijn stukken van houten palen die waarschijnlijk in de vierde eeuw een Romeinse brug bij de samenkomst van Maas en Waal vormden. Die moet dan gelegen hebben tussen het huidige Gelderse buurtschap Moordhuizen en het Brabantse dorp Lith.

Archeoloog Nils Kerkhoven weet het zeker. Hij is werkzaam bij de archeologische dienst van de gemeente Utrecht maar als privépersoon betrokken bij de vondst. „Maar ik ben graag stellig.” Romeinenspecialist Wouter Vos van Archeo Vos houdt nog een slag om de arm. Hij heeft de vondst in een bredere context geplaatst. „Het kan in theorie ook om een steiger, een kademuur of meerpalen gaan.” Beiden zijn wel eensluidend over het belang van de vondst, die vrijdag 29 mei is bekendgemaakt. Hij maakt volgens hen deel uit van Laat-Romeinse keizerlijke investeringen in het Nederlandse rivierenlandschap.

De eerste van in totaal vier Romeinse houten palen is al in 2018 gevonden. Dat gebeurde in een zandwinningsplas bij de Maas waar hij deels boven het water uitstak. „Het lukte niet om hem met een machine in zijn geheel uit de grond te krijgen”, vertelt Kerkhoven. „We hebben 11,50 meter in vier stukken – de punt, waarvan we de aanzet zagen zitten, hebben we er niet uit kunnen halen.” De paal met een omvang van 30 bij 40 centimeter is naar schatting meer dan 13 meter lang geweest.