Steeds meer kinderen in Nederland krijgen een vrijstelling van de leerplicht omdat hun ouders stellen dat zij geen school kunnen vinden die aansluit bij hun religie of levensovertuiging. In 2015-2016 waren zo’n zevenhonderd kinderen om deze reden vrijgesteld van de leerplicht, in 2024-2025 (de meest recente cijfers) waren het er 2.860. Staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs, VVD) onderzoekt of het mogelijk is deze vrijstelling af te schaffen.

Vier vragen over de zogenoemde vrijstelling onder artikel 5B van de Leerplichtwet – niet te verwarren met de vrijstelling onder artikel 5A, voor kinderen die op lichamelijke of psychische gronden niet naar school kunnen. In 2024-2025 waren dat er overigens 11.194.

1. Waarom wil de staatssecretaris deze vrijstelling afschaffen?

De staatssecretaris zei vorige week in een debat met de Tweede kamer dat ze „niet heel enthousiast” wordt van het groeiende aantal leerlingen die worden vrijgesteld op grond van artikel 5B. „Ik ben ervan overtuigd dat het het beste voor kinderen is om met leeftijdsgenoten naar een goede school te gaan waar goed onderwijs wordt gegeven door bevoegde leraren”, zei ze.

Het is voor gemeenten, die de vrijstellingen verstrekken, ook moeilijk controleerbaar of ouders terecht een beroep doen op artikel 5B, of er misbruik van maken. Juristen die deze ouders verdedigen, zeggen dat leerplichtambtenaren niet het recht hebben om vragen te stellen over religie of levensovertuiging of daar een oordeel over te vellen.