Gemeenten moeten aanvragen van ouders die vrijstelling van de leerplicht willen voor hun kinderen – vanwege religieuze of levensbeschouwelijke bezwaren tegen het onderwijs op scholen – strenger beoordelen. Dat stellen de branchevereniging voor leerplichtambtenaren, Ingrado, en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in een handreiking die donderdag is uitgebracht.

Indien binnen zes kilometer van het ouderlijk huis openbaar basisonderwijs beschikbaar is – of twintig in het geval van voortgezet onderwijs – ligt zo’n vrijstelling „niet voor de hand”, schrijven ze. Voor kinderen die al langer thuis zitten, kan een overgangsperiode van een jaar worden afgesproken. In die tijd moet wel een „individueel plan van aanpak” worden gemaakt, waarin „actief wordt toegewerkt naar onderwijsdeelname”.

Het aantal kinderen dat is vrijgesteld van de leerplicht is afgelopen jaren fors gegroeid naar inmiddels bijna drieduizend

De handreiking is gemaakt omdat de Hoge Raad in april een uitspraak deed die volgens Ingrado en de VNG meer duidelijkheid geeft over hoe vrijstellingsaanvragen te toetsen. Volgens het rechtscollege is vrijstelling vanwege religieuze of levensbeschouwelijke bezwaren alleen mogelijk als ouders aantonen dat het onderwijs op alle openbare scholen „binnen redelijke afstand” van de woning „niet plaatsvindt op een objectieve, kritische en pluralistische manier”. In de praktijk betekent dit dat vrijstellingen zelden zullen worden toegekend.