Het aantal Haagse kinderen met zo'n levensbeschouwelijke vrijstelling is in vijf jaar tijd verviervoudigd. Of al die 102 kinderen écht thuisonderwijs krijgen, is niet eens zeker. Na zo'n vrijstelling horen ouders zelf te regelen dat hun kind zich ontwikkelt, maar er wordt niet gecontroleerd of het kind iets leert. Er is namelijk geen enkel toezicht op thuisonderwijs in Nederland.
Onderwijswethouder Hilbert Bredemeijer is dat zat. "Deze kinderen zijn simpelweg buiten beeld geraakt. Wellicht zijn er sommigen die goed thuisonderwijs krijgen en nog steeds vriendjes weten te maken. Maar die zekerheid hebben we allerminst, want er is simpelweg geen toezicht op mogelijk."
De Hoge Raad besloot vorige maand dat ouders in feite alleen nog aanspraak kunnen maken op zo'n vrijstelling als er geen openbare school in de buurt is. Voor basisscholen betekent 'in de buurt' maximaal 6 kilometer afstand, voor middelbare scholen maximaal 20. In Den Haag woont niemand zo ver van een openbare school.
Maar in de uitspraak stond niet expliciet wat er moet gebeuren met de kinderen die al een vrijstelling hebben en elk jaar een zogeheten herhaalberoep indienen. Moeten die alsnog naar school of niet? Leerplichtorganisatie Ingrado, het ministerie van Onderwijs en het Openbaar Ministerie zijn daar nog over in gesprek. Desondanks zijn gemeenten niet verplicht dat af te wachten, laat Ingrado-voorzitter Corien van Starkenburg weten.













