Het aantal kinderen in Den Haag dat een vrijstelling van de leerplicht heeft vanwege zogeheten ‘richtingsbedenking’ van de ouders is in Den Haag in vijf jaar tijd verviervoudigd, zegt wethouder Hilbert Bredemeijer (Onderwijs, CDA). „Inmiddels hebben zo’n honderd kinderen een vrijstelling. Of zij thuisonderwijs krijgen, kan niet worden gecontroleerd, want daar voorziet de wet niet in. Wij maken ons zorgen over deze kinderen en willen ze weer in beeld krijgen.” Hij is ervan overtuigd dat voor elk kind in Den Haag een goede school in de buurt is te vinden. Daarom gaat de gemeente nieuwe aanvragen voor een vrijstelling vanwege religie of levensovertuiging afwijzen en bestaande vrijstellingen niet meer verlengen.
De wethouder voelt zich gesterkt door een uitspraak van de Hoge Raad. Dit hoogste rechtscollege oordeelde in april dat ouders alleen nog een vrijstelling wegens richtingsbedenking (artikel 5 onder b van de Leerplichtwet 1969) kunnen krijgen als zij aantonen dat het onderwijs op álle scholen in hun omgeving, ook openbare, niet op een „objectieve, kritische en pluralistische manier” wordt gegeven. De Hoge Raad stelde dat dit in de praktijk zal betekenen dat een vrijstelling „nog slechts onder uitzonderlijke omstandigheden” kan worden gegeven.












