Begin deze maand brachten veel media het nieuws dat het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, het hoogste emissiescenario van broeikasgassen geschrapt zou hebben. Tussen de regels door was opluchting te lezen. „Klimaatwetenschappers nemen afscheid van extreme scenario’s”, kopte de NOS. „De meest extreme klimaatscenario’s zijn niet langer realistisch”, stond er boven het artikel bij NRC. En bij de Volkskrant: „IPCC schrapt rampscenario: opwarming hooguit nog ‘maar’ 3,5 graden in 2100.”

Deze koppen wekken de suggestie dat het met de klimaatverandering wel mee zou kunnen vallen. Die opluchting is echter voorbarig. Voortbordurend op een Bluesky-post van Aaron Thierry (Cardiff University), de inspiratie voor dit opiniestuk: veel mensen realiseren zich niet dat we nog steeds een sterke opwarming van het klimaat kunnen krijgen, ook zonder extreem hoge emissies van broeikasgassen.

Het nieuws was gebaseerd op een wetenschappelijk artikel van het CMIP, een onderzoeksproject van het World Climate Research Programme (WCRP). Dat artikel bevat een voorstel voor een nieuw pakket van verschillende emissiescenario’s van broeikasgassen. Deze emissiescenario’s worden gebruikt als input voor klimaatmodellen. Met die klimaatmodellen kunnen klimaatwetenschappers inschatten hoe het klimaat reageert op toekomstige emissies van broeikasgassen.