Klimaatwetenschappers nemen afscheid van de meest extreme klimaatscenario’s, lazen we vorige week in de media. Het meest optimistische scenario, waarin de opwarming van de aarde deze hele eeuw onder de anderhalve graad blijft, wordt in een nieuwe publicatie niet langer realistisch geacht. Een enorme klap voor het optimisme waarmee in 2015 de wereld echt aan de slag leek te gaan met de klimaatcrisis.

Maar ook wordt afscheid genomen van het meest pessimistische scenario: ook dat wordt niet langer plausibel geacht. Bij klimaatsceptici ging de vlag uit. Klimaatwetenschappers zouden veel te alarmistisch zijn geweest. Die aantijging is onterecht. Nadruk leggen op pessimistische scenario’s is niet alarmistisch maar heel verstandig. Daarmee leg je bloot wat de risico’s zijn voor een toekomst die niet zo heel waarschijnlijk is maar wel grote gevolgen heeft.

Een belangrijk manco van de klimaatscenario’s in de meeste klimaatrapporten is dat de opstellers ervan zich niet branden aan de vraag hoe waarschijnlijk ieder scenario is. Aan de ene kant is dat begrijpelijk: de opzet van de scenario’s is om beleidsmakers en leiders een staalkaart te geven van mogelijke toekomstige gevolgen van klimaatverandering, en dat zij uit die menukaart van toekomsten kiezen wat zij acceptabel en haalbaar achten. Aan de andere kant zit het een goede en objectieve beoordeling van de risico’s van klimaatverandering in de weg. Daardoor is het appels met peren vergelijken. Is het feest omdat we het ergste weten te voorkomen? Of hebben we juist de deur dichtgedaan voor een toekomst met beperkte risico’s voor onze samenleving?