„Ik wil het in de goede volgorde doen.” Dat zei minister van Financiën Eelco Heinen eind april in de Tweede Kamer, toen hem werd gevraagd waarom hij nog niet wil ingrijpen op de overwinsten van oliebedrijven die profiteren van de crisis in het Midden-Oosten. Open voor het idee, maar nu nog niet. Eerst andere stappen. Eerst ‘de goede volgorde’.
Het is een redenering die je overal tegenkomt in Den Haag. Klimaat staat in vrijwel elk beleidsstuk netjes in de rij, na defensie, na koopkracht, na de zorg. Het Centraal Economisch Plan 2026 benoemt het zo: hogere uitgaven aan defensie, sociale zekerheid en zorg leiden tot verslechterend overheidssaldo, en klimaat is daarin een post die later verder uitgewerkt wordt. De CPB-analyse van het coalitieakkoord voegt eraan toe dat de klimaatdoelen voor 2050 met aanvullend beleid gerealiseerd moeten worden. Dat aanvullende beleid is er voorlopig niet.
Aan de ene kant is het verstandig en volwassen om prioriteiten te stellen. Maar tegelijk is de manier waarop de overheid het klimaat telkens achterstelt, volkomen ontoereikend voor de wereld die eraan komt.
De praktische gevolgen ervan zagen we recent op de Veluwe. Op 29 april brak brand uit op het Artillerie Schietkamp in ’t Harde. Honderden hectaren natuur gingen verloren, de rookpluimen waren vanuit de ruimte zichtbaar. De oorzaak was een oefening met springstof, correct aangevraagd en vooraf goedgekeurd door alle bevoegde autoriteiten. Niemand had iets verkeerds gedaan.










