Het Europese klimaatbeleid is terug van nooit-volledig-weg-geweest. Na enkele draaiingen hebben Brusselse groendenkers de wind, aangevoerd uit de Straat van Hormuz, weer in de zeilen. Althans, zo zou je denken, nu er nood is aan energie. Maar Europa zou Europa niet zijn zonder complexiteit, een extra pirouette – in een lobbystrijd voor én tegen CO2-beprijzing.
De machtsbeluste acties van Washington rimpelen tot ver over de oceaan door, uitmondend in kostbare praktijken aan de pomp. Pijnlijk voor burger én industrie. In de Europese hoofdsteden wordt al weken naarstig gezocht naar manieren om de schok in olie- en gasprijzen te dempen.
Wat daardoor steeds meer ter discussie komt te staan: het succesvolle Europese emissiehandelssysteem – ETS; waarbij de zware industrie (in toenemende mate) betaalt voor de eigen CO2-uitstoot. Het debat werd aangezwengeld in februari op een industriebijeenkomst in Antwerpen met een aanval vanuit de industrie en mondt nu langzaam uit in een welles-nietes spel.
Door naar maart, toen lidstaten massaal hun oliereserves aanboorden. 92 procent van de Europese noodvoorraad werd aangesproken. Analisten raamden die voorraad op ‘goed voor zo’n vijf maanden’. Augustus, juist.






