De vakantie mag dan voorbij zijn, de zomer is dat gelukkig nog niet. In elk geval niet in botanisch opzicht. Dat is nu juist het heerlijke aan dit jaargetij. Alles is er in overvloed. De vijgen zijn op hun rijpst, de pruimen op hun sappigst. Er is suikerzoete, goudgele mais om je tanden in te zetten. Een weelde aan vruchtgroenten als tomaten, courgettes, komkommers, paprika’s en aubergines. Maar ook nog volop andijvie, broccoli, spitskool, venkel, bieten en wortels. Tegelijkertijd zijn er al pompoenen en kweeperen en zullen over niet al te lang de eerste paddenstoelen de grond uit schieten. September is misschien wel de gulste maand.

Waarover gesproken: wie een druivenstruik bezit, kan de oogst daarvan waarschijnlijk nauwelijks bolwerken. Waar bijvoorbeeld bramen vaak keurig netjes in kleine porties rijpen, zodat je de hele zomer door van één plant kunt snoepen, hebben druiven de onhebbelijke gewoonte allemaal tegelijk plukklaar te zijn. Ik weet het uit ervaring; tegen de gevel van mijn vorige huis groeide een kleine blauwe variëteit en in deze tijd van het jaar wist ik vaak van gekkigheid niet wat ik ermee aan moest.

Uitdelen ja, maar mijn buren hadden óók zo’n struik in de tuin. Persen? Dan moet je wel heel erg van mierzoet sap houden. Jam maken wellicht? Kan absoluut; mijn moeder kookte onlangs nog tien potten vol omdat ze het niet kon aanzien dat haar neef zijn druiven bij gebrek aan bestemming liet verpieteren. Maar hoeveel druivenjam krijgt een mens op z’n brood gesmeerd? De uitdaging is om zo’n septemberse druiventsunami te benutten zonder dat die vermaledijde vruchtjes je neus uitkomen.