Op 11 september 2001 woonde ik in Damascus, en werkte als verslaggever voor het Algemeen Dagblad. De telefoon rinkelde, een redacteur aan de lijn, buiten adem: „Maurits, zet de televisie aan, begin te schrijven, deadline over twee uur!” Bang, hoorn op de haak. En zo begon de stroom van dagelijkse artikelen, ik vanuit het Midden-Oosten, en een collega vanuit de Verenigde Staten.

De Arabische reactie was tweeledig. Enerzijds schrik over de omvang van de aanslagen en mededogen met de slachtoffers. Anderzijds werden de schouders opgehaald: tja, hier hebben wij al jaren mee te maken, en nu ervaren de Amerikanen zelf eens wat dat betekent.

Maurits Berger is hoogleraar islam en het Westen aan Universiteit Leiden, en auteur van 2004. De toekomst van islam in Nederland.

Bij mijn bezoeken aan Nederland in die periode merkte ik hoeveel heftiger de reactie hier was, alsof de Twin Towers in Den Haag hadden gestaan. Nederlanders van Marokkaanse origine die zeiden dat ze het ”wel begrepen” konden zelf op geen enkel begrip rekenen. Begrijpen werd beschouwd als goedkeuren. En met die emotie werden twee ontwikkelingen in gang gezet die tot op de dag van vandaag nog steeds nazinderen.

De eerste was dat de beginselen van de rechtsstaat en mensenrechten in een ander daglicht werden bezien. Al lange tijd stelden westerse ambassades in het Midden-Oosten een jaarlijks mensenrechtenrapport op over het land waar ze waren gestationeerd. Die rapporten logen er niet om. Dat gold bijvoorbeeld voor een land als Egypte, dat al sinds de jaren 90 van de vorige eeuw te maken had met terroristische aanslagen van jihadisten op ministers, intellectuelen, toeristen en Egyptische christenen. Rechtbanken spraken daders regelmatig vrij omdat zij waren gefolterd in de gevangenis, en daarom had de overheid besloten om terroristen voor te geleiden aan militaire rechtbanken, waar andere procesregels golden. Prompt werden mensen massaal opgepakt, zonder rechtsbijstand opgesloten, gemarteld, en veroordeeld. De westerse mensenrechtenrapporten spraken er schande van.