Zijn de spelregels voor demonstreren in Nederland te soepel? Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt van wel. Het debat hierover liep donderdag uit tot een principiële discussie tussen linkse en rechtse partijen. Demonstreren is een groot goed in Nederland, maar, zo vinden voornamelijk partijen op rechts, het grondrecht mag niet „misbruikt” worden.
Door partijen aan de rechterflank van de Tweede Kamer wordt tijdens het debat donderdagmiddag veelvuldig verwezen naar acties op de snelwegen van Exctinction Rebellion en naar pro-Palestina demonstraties. Demonstranten die de wet overtreden moeten strenger gestraft worden, is het idee.
Op links, Pro en de Partij voor de Dieren, worden er voornamelijk zorgen geuit over de bescherming van vreedzame demonstranten. De partijen zijn daarom terughoudend om het demonstratierecht aan te passen. „De politiek moet zich ver houden van het grondrecht om te demonstreren”, zegt PvdD-Kamerlid Ines Kostic.
Deze week werd de ingang van het Tweede Kamergebouw afgesloten omdat pro-Palestina-demonstranten deze hadden beklad met rode verf. Ook verstoorden de demonstranten vanaf de publieke tribune een debat. „We zijn hier op de verkeerde weg”, reageert BBB-Kamerlid Caroline van der Plas. „Je blijft met je tengels van dit gebouw af”, beaamt ChristenUnie-Kamerlid Mirjam Bikker. Het is volgens hen de zoveelste reden om het demonstratierecht aan te scherpen.








