Het kabinet wil dat burgemeesters sneller kunnen ingrijpen en dat rellende demonstranten harder worden gestraft. Dat schrijven ministers Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken, CDA) en David van Weel (Justitie, VVD) woensdag in een brief aan de Kamer.
De ministers verwijzen naar de demonstraties van afgelopen maand, waarbij demonstranten van Extinction Rebellion tijdelijk het treinverkeer rond Utrecht Centraal platlegden. Ook de gewelddadige protesten in Loosdrecht tegen de komst van een noodopvang worden genoemd. „Daar waar geweld tegen mensen, politici, hulpverleners of gebouwen en goederen wordt gebruikt, is er vanzelfsprekend geen enkele sprake meer van een demonstratie die door het recht beschermd kan worden”, aldus de ministers.
Een meerderheid van de Kamer, voornamelijk op rechts, heeft de afgelopen jaren al meermaals verzocht het demonstratierecht nog verder in te perken, omdat protesten te vaak zouden leiden tot verstoring van de openbare orde of tot geweld.
Noodbevoegdheid
Hier geeft het kabinet, tot op zekere hoogte, gehoor aan. Zo kunnen burgemeesters straks met de aanpassing van de wet makkelijker demonstranten dwingen zich van de ene locatie naar de andere te verplaatsen wanneer een demonstratie uit de hand dreigt te lopen. Demonstranten kunnen bijvoorbeeld met een bus naar een andere plek in de gemeente verplaatst worden. Daarnaast verkent het kabinet de optie waarbij burgemeesters makkelijker kunnen ingrijpen als het misgaat tijdens demonstraties. Hierbij wordt een zogenoemde ‘noodbevoegdheid’ voor burgemeesters opgenomen binnen de Wet openbare manifestaties (Wom).










