In een groot deel van politiek Den Haag leeft al langere tijd de wens om het demonstratierecht aan te passen. Sommige demonstraties lopen namelijk flink uit de hand. Recent was dat nog het geval bij de rellen bij anti-azc-protesten. Ook bezettingen van het spoor, zoals eind mei op Utrecht Centraal, is de politiek een doorn in het oog.

Hoewel onderzoekers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) concludeerden dat het demonstratierecht an sich niet hoeft te worden aangepast, blijft de politieke wens om de demonstratiewet onder de loep te nemen.

Het kabinet-Jetten heeft hiervoor plannen gemaakt. Er wordt gekeken naar de bevoegdheden van burgemeesters en de straffen voor mensen die zich misdragen bij demonstraties, schrijven justitieminister David van Weel en binnenlandminister Pieter Heerma woensdag in een Kamerbrief.

Het kabinet wil dat burgemeesters onder meer de wettelijke bevoegdheid krijgen om demonstraties eerder te verplaatsen, bijvoorbeeld door demonstranten met bussen naar een andere locatie te brengen. Ook wordt het voor rechters mogelijk om misdragingen bij een demonstratie zwaarder te laten wegen in een straf. Dat hadden D66, VVD en CDA ook afgesproken in hun coalitieakkoord.