Wat hem het meeste opviel? Dat de parlementaire enquêtecommissie Corona zich tijdens de openbare verhoren vooral opstelde als „een conflictbemiddelaar”, zegt Ronald Kroeze, hoogleraar Parlementaire Geschiedenis aan de Radboud Universiteit en directeur van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis. „De commissie heeft mensen bij elkaar gebracht die op gespannen voet stonden met elkaar en dat niet naar elkaar konden uitspreken. Dat is blijkbaar een nieuwe functie van een enquêtecommissie. Dat heb ik nog niet eerder zo gezien.”
De coronaperiode zorgde voor veel polarisatie en veel onbegrip, zegt Kroeze, ook in de politiek. „Tussen het ministerie van VWS – dat onder hoogspanning stond en waar hard werd gewerkt – en de Tweede Kamer, die laat over de inhoud van nieuwe coronamaatregelen werd geïnformeerd. Tussen de belangrijkste ministers uit het kabinet die de besluiten namen en de andere bewindslieden die niet overal bij mochten zijn en zich gepasseerd voelden. Tussen Kamer en de ambtelijke ondersteuning over wat er allemaal wel en niet kon.”
Pas later kwamen er gerichtere vragen en wat meer schwung, maar het was geen commissie die de hele tijd de grenzen opzocht
Het leidde, zegt Kroeze, tot mensen „die niet zo veel zin meer hadden met elkaar te praten, maar dat via de commissie nu alsnog hebben gedaan”.









