In coronatijd lag het hele dagelijkse leven stil en dat werd uiteraard ook gemerkt in de Tweede Kamer. Er moesten praktische maatregelen worden getroffen; zo mochten Kamerleden geen gebruik meer maken van het knopje van de interruptiemicrofoon en werd er overgestapt op een meer coronaproof voetpedaal.

De partijen spraken vanwege de nijpende situatie af in principe alleen nog maar over coronaonderwerpen te debatteren. Alle niet-dringende debatten, wetsvoorstellen en andere plannen werden op de lange baan geschoven. Het kabinet trof veel ingrijpende maatregelen op basis van crisiswetgeving, en daar mocht de Kamer naderhand in ellenlange debatten haar zegje nog over doen.

Kon de Kamer haar werk - het controleren van de overheid - nog wel goed doen onder al deze omstandigheden? En wat is precies de rol van de Kamer in zo'n crisistijd? Over die vragen zal de coronacommissie zich deze week buigen. Sinds eind mei hoort de commissie veel hoofdrolspelers over het coronabeleid. Die verhoren gingen over de crisisaanpak, vaccinaties en ingrijpende maatregelen zoals de avondklok.

De commissie zelf bestaat overigens ook uit Kamerleden, al zitten slechts twee van de vijf commissieleden lang genoeg in de Kamer om het staartje van de coronapandemie nog als Kamerlid te hebben meegemaakt.