Al voordat de openbare verhoren deze vrijdag goed en wel beginnen, telt de parlementaire enquêtecommissie Corona meer gestopte leden dan actieve leden. Negen (oud-)Kamerleden namen de afgelopen twee jaar korter of langer zitting in de commissie, maar hebben haar inmiddels verlaten. „Ik heb er drie zien gaan en twee zien komen. En een die het allebei deed”, zegt Anita Pijpelink (GroenLinks-PvdA). Zelf keerde ze na de laatste Kamerverkiezingen in oktober (ze stond op plek 26 van de lijst en dat bleek te laag) niet meer terug in de Kamer – tot haar spijt. Pijpelink was vicevoorzitter van de commissie.

Inmiddels telt de commissie weer vijf leden. Vanaf vrijdag zal ze beginnen met het horen van 47 mensen onder ede, drie dagen per week. De ondervragingen duren tot en met 10 september, met een onderbreking in de zomer. Thema’s zijn onder meer: de scholensluiting, het coronatoegangsbewijs en de rol van de Tweede Kamer. Het onderzoek is met 32 maanden de langstdurende enquête sinds die naar het regeringsbeleid in de Tweede Wereldoorlog, die duurde van 1947 tot 1956.

Er was gedoe over Van Houwelingen en Van Haga, die zich publiekelijk uitspraken over corona, terwijl commissieleden gewoonlijk terughoudendheid betrachten