Latcho drom. Goede reis. Dat was de titel van de film waarmee Tony Gatlif in 1993 doorbrak in het internationale filmfestivalcircuit. Zijn syncopische ensemblefilm over de muziektradities van Romani van India tot Roemenië, Frankrijk en Spanje werd in Cannes bekroond met de prijs van Un certain régard, de festivalselectie voor vernieuwende films.

En innovatief was het wat Gatlif deed. Hij werd in 1948 geboren als Michel Dahmani in Algiers, met deels Berber, deels Roma voorouders. In 1960 vertrok hij tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog naar Frankrijk. De naam Gatlif, een verwijzing naar een park in Algiers, nam hij aan als eerbetoon aan zijn afkomst en zijn vrijheid. En je zou kunnen zeggen dat die ook de kern van zijn kunstenaarschap bepaalden.

Zijn films waren niet te classificeren. Soms zijn ze meer documentair, zoals Latcho drom, maar altijd gedreven door een archetypische vertelling: wraak, liefde, de onrust in je borst. En door betoverend camerawerk, dat een stad in een visueel muziekinstrument kon doen veranderen, een landschap in een mineurtoonladder, en van de toeschouwer een reiziger maakte op zoek naar iemand die het lied van diens leven kon zingen.

Roma-cultuur

Latcho drom was ook wat zijn familie hem toewenste toen vorige week bekend werd dat Gatlif op 77-jarige leeftijd was overleden in het Franse Arlès waar hij aan een nieuwe historische film werkte. Gatlif maakte in zijn leven ruim twintig films waarin hij de Europese en Noord-Afrikaanse rijke muzikale tradities van de Roma-cultuur vastlegde. Met het Nederlandse bioscooppubliek had hij een bijzondere band, doordat zijn films bijna vijfentwintig jaar werden uitgebracht door de loyaliteit van het voormalige filmdistributiebedrijf Contact Film, dat veel filmauteurs voor Nederland ontdekte. Gatlifs films waren rond de eeuwwisseling zo populair bij het filmhuispubliek dat de recettes er indirect ook verantwoordelijk voor waren dat er in die tijd een rijk artfilm-aanbod kon ontstaan.