Het was een grote, goedgevulde zaal in Lissabon, herinnert toenmalig topambtenaar Matthijs Alink zich. Tijdens de Europese conferentie ‘Sharing Best Practices’ in mei 2000 mocht een groepje Nederlanders komen uitleggen hoe goed onze Belastingdienst functioneerde.

De internationale reputatie van de dienst is rond de eeuwwisseling uitstekend. „Het paradepaardje van de automatisering”, „juweel van de Nederlandse overheid”, „de beste Belastingdienst ter wereld”, valt te lezen in binnen- en buitenlandse media.

In dat rijtje ontbreekt nog: ‘rondreizend circus’. Een groepje van met name hoogleraren en directieleden „vertelde over de hele wereld hoe goed het Belastingstelsel was”, zegt van Steven van Eijck (staatsecretaris Financiën 2002-2003, LPF). „Overal wilden landen leren van de Nederlandse dienst. We zijn zelfs naar Rusland en China gegaan om het uit te leggen.” Nederland hielp onder meer met de professionalisering, fraudebestrijding, integriteit en douane.

Een Nederland dat pronkt met de Belastingdienst in het buitenland, is nu moeilijk voor te stellen. Nadat bij duizenden gezinnen toeslagen onterecht werden teruggevorderd, de dienst een veelpleger werd in het misbruik van persoonsgegevens, bij een mislukte reorganisatie duizenden ervaren medewerkers de dienst verlieten en miljoenen bestanden met gevoelige informatie niet werden gedeeld met de parlementaire enquêtecommissie Toeslagen kreeg de ooit onkreukbare reputatie van de dienst een flinke knauw.