Er kleven risico’s aan het uitbesteden van de btw-inning aan het Amerikaanse bedrijf Fast Enterprises. Die uitbesteding wordt daarom ten dele teruggedraaid. De btw-software blijft Amerikaans, maar het beheer daarvan en de servers moeten worden gedaan door eigen personeel van de Belastingdienst.

Dat blijkt uit een brief die staatssecretaris Eelco Eerenberg (D66) van Financiën zojuist naar de Tweede Kamer heeft gestuurd over digitale autonomie. Eerder wilde hij de aanbesteding juist doorzetten. Nu concludeert hij dat het niet lukt „risico’s rondom de vertrouwelijkheid van gegevens en de continuïteit van de dienstverlening” afdoende weg te nemen. Recent besloot het kabinet de overname van het cloudbedrijf Solvinity door een Amerikaanse branchegenoot te blokkeren. Daarbij speelden vergelijkbare afwegingen een rol.

De afgelopen jaren groeide de afhankelijkheid van de Belastingdienst van met name Amerikaanse bedrijven. Maar ook de kritiek daarop. Die richtte zich met name op het overbrengen van de werkplekken van ambtenaren van de dienst van de eigen servers naar de cloud van Microsoft. En op het uitbesteden van de btw-inning aan een Amerikaanse softwareleverancier.

Bij beide remt de nieuwe staatssecretaris nu alsnog af, ingegeven door geopolitieke veranderingen, oftewel verminderd vertrouwen in Amerikaanse digitale diensten. Hij laat nog een keer onderzoeken of het niet tóch mogelijk is de software voor de werkplekken op eigen servers (‘on premise’) te blijven draaien. „Dankzij recente ontwikkelingen op het gebied van datacentercapaciteit en het marktaanbod is er perspectief ontstaan”, schrijft hij. Dat slaat mogelijk op de samenwerking van KPN met StackIt, de cloudtak van het moederbedrijf van Lidl. En zodra er een volwaardig Europees alternatief is, zou de Belastingdienst wat hem betreft moeten overstappen.