Het zullen van vaderszijde doorgegeven vooroordelen zijn, maar van een straatboekenkastje in Frankrijk verwacht een mens toch net wat meer, cultureel gezien. Dat wordt zeker niet minder op het hoofdplein van Langres, onder het oog van het standbeeld van Denis Diderot, de beroemdste zoon van de plaats en de man van de Encyclopédie, waarin alles wat de mensheid rond 1750 wist (nu ja, meende te weten) in dat jaar werd samengebracht.

Het is niet zo dat alle kennis van de wereld samenkomt op deze vijf planken, maar de oogst valt niet tegen: Diderots frère ennemi Jean-Jacques Rousseau staat erin met zijn Confessions, er is een uitzinnig vormgegeven filmeditie van Dostojevski’s L’Idiot uit 1946 en een klassiek-Frans ontworpen uitgave van Les éditions de minuit: Les lieux de Marguerite Duras. Middernachtelijk blauwe belettering op een wit omslag, niet in de kaft geplakt maar ingenaaid – zoals het hoort. Wonderlijk dat iemand zo’n boekje wegdoet. De vorige eigenaar lijkt dan ook door enige gêne overvallen te zijn: op de titelpagina is een hoekje weggeknipt, ongetwijfeld de plaats waar zijn of haar naam stond.

Les lieux de Marguerite Duras is een combinatie van fotoboek en interview, voor het eerst verschenen in 1977 en tien jaar later herdrukt. (Het interview, oorspronkelijk afgenomen voor de Franse televisie, door Michelle Porte, is ook online te vinden.) Duras (1914-1996) was een auteur (en filmmaker) die weinig woorden nodig had om veel op te roepen. Vrijwel elke zin in elk boek van Duras lijkt een afspiegeling van een verborgen binnenwereld, die zich meer toont dan dat zij wordt benoemd. Dat maakt het niet verwonderlijk dat Duras al helemaal aan het begin van het interview zegt: „Wat me verbaast, is dat niet de hele wereld schrijft. Ik heb een geheime bewondering voor mensen die niet schrijven, en natuurlijk ook voor degenen die geen films maken.”