„Ik ben net thuis van deze tentoonstelling. En ook ik kreeg een ongemakkelijk gevoel bij de foto’s en filmpjes. Mijn nichtje en ik kregen steeds meer het gevoel dat Ed van der Elsken een stalker was en vrouwen lastig viel.”

„Dat hij dan ook nog tegen meisjes zegt ‘lach eens’, zegt eigenlijk alles. Totaal niet oké.”

Niet vaak kreeg een Instagram-post van NRC zoveel reacties (ruim 500) als die over het opiniestuk dat Maren Laterveer vorige week schreef, naar aanleiding van de huidige tentoonstelling Up Close van fotograaf Ed van der Elsken (1925-1990) in het Rijksmuseum. Daar zijn nog tot en met 13 september ruim 300 van zijn foto’s, filmfragmenten, dummy’s en dagboeken te zien, uit de periode tussen circa 1960 en 1990.

Laterveer stoort zich eraan dat Van der Elsken soms vrouwen ongevraagd op de foto zette, ook als ze aangaven dat ze daar niet van gediend waren. Soms bleef hij achter ze aan lopen, en soms riep hij ze na: „Lach eens”, of „Kijk niet zo lelijk, chagrijn”. Je zou kunnen zeggen, betoogt Laterveer, „dat Van der Elsken in een andere tijd fotografeerde, toen er nog geen vocabulaire was voor wat we nu de ‘male gaze’ noemen; de culturele blik waarmee vrouwen allereerst als een object worden bezien om te beoordelen, begeren en bezitten.” En die mannelijke blik, zo schrijft ze, werkt door in het zelfbeeld en welzijn van vrouwen.