Met mijn dochter ging ik onlangs naar de tentoonstelling Up Close in het Rijksmuseum. Ik had er zin in: fotograaf Ed van der Elsken staat bekend om zijn rauwe, ongekunstelde straatfotografie. Ik kiekte mijn dochter bij de ingang onder het affiche met de beroemde foto van een voorbijfietsende vrouw in Amsterdam die haar tong uitsteekt. Het begon goed. We liepen langs foto’s van hippies en punkers die de rebelse vrijheid van de jaren zeventig ademden. Er hingen foto’s van naakte vrouwen in allerlei vormen, naast bordjes die vertelden dat Van der Elsken wilde strijden tegen het wurgende schoonheidsideaal. Maar toen stuitte ik op een foto die me beter deed kijken, van een Aziatische vrouw die over straat liep in Hongkong. Haar gezichtsuitdrukking en houding waren afwerend, alsof ze het niet fijn vond gefotografeerd te worden. ”Vrouw in cheongsam-jurk”, stond erbij. Een cheongsam-jurk is een elegante, nauwsluitende Chinese jurk met een kenmerkende hoge kraag.

Maren Laterveer is journalist, schrijver en consultant.

In een vitrine verderop bleek de foto onderdeel van een serie uit 1959, met foto’s waarop deze vrouw de ene keer haar tasje beschermend voor zich hield, de andere keer haar hoofd afwendde. Van der Elsken bleek haar te hebben achtervolgd om haar vanuit alle mogelijke hoeken te fotograferen. Later vond ik op internet een commentaar dat hij zelf achterop een van de foto’s had geschreven: „Ze zag er prachtig en sexy uit [… ] Ik liep naast haar terwijl ik foto’s nam – ze was een beetje geïrriteerd, maar ja, that’s life – totdat ik eindelijk mijn foto had.” Het gaf woorden aan een fenomeen dat ik zelden zo precies verbeeld zag: zodra een vrouw de publieke ruimte betreedt, is ze vogelvrij voor blikken die zonder gêne bezit van haar nemen.