Tegen een diepblauwe muur vangt één schilderij al het licht in de verduisterde hoofdzaal van het Nakanoshima Museum of Art in Osaka. De meterslange rij bezoekers die naar haar toe schuifelt, geeft de indruk van een bedevaart. Alleen het klikken van camera’s doorbreekt de stille processie. Alles om enkele seconden oog in oog te staan met Vermeers Meisje met de parel.
Het is de vierde keer dat het schilderij naar Japan reist, maar de eerste keer in veertien jaar. „Wij lenen het vrijwel nooit uit”, vertelt Martine Gosselink, directeur van het Mauritshuis, die met het schilderij is meegereisd. Osaka is volgens haar „misschien wel de allerlaatste” buitenlandse bestemming.
Die schaarste voedt een langer bestaande Japanse Vermeergekte. Een tentoonstelling in Osaka trok in 2000 zo’n 600.000 bezoekers. Toen Meisje met de parel in 2012 in Tokio en Kobe hing, kwamen 1,2 miljoen mensen erop af, bijna één op de honderd Japanners.
Ook ditmaal was de run op kaarten zelfs zo groot dat het verkoopsysteem platging. „Daarom verloten we kaarten voor vaste dagen en tijden, en laten we een beperkt aantal bezoekers toe”, vertelt Reiko Horikoshi van mediabedrijf Asahi, de medeorganisator. „Zo kan iedereen rustig kijken.”










