„Politiek is een nare omgeving”, zegt Gaby Perin-Gopie. De Eerste Kamer, waar ze werkt, „is ingericht voor witte mannen met veel levenservaring”. Ze begon op te schrijven wat er gebeurt als je niet aan die norm voldoet, als je, zoals in haar situatie, een jongere vrouw van kleur bent. Hoe ze racistisch en seksistisch bejegend wordt. Ze is er weer mee opgehouden, het was geen doen.
Gaby Perin-Gopie (39) is fractievoorzitter van Volt in de Eerste Kamer. Die plek voelt als een „spreidstand”, zei ze tijdens haar eerste toespraak in 2023. „Opgegroeid in een eenoudergezin, in armoede, met een lage sociaal-economische status en deze huidskleur” belandde ze tussen „de zogenaamd fortuinlijken”. Ze hoopte die kloof te overbruggen, maar die is er nog altijd, blijkt uit talloze voorbeelden.
Dit gesprek gaat veel over mannen, die ze bewust niet bij naam noemt, omdat ze niet wil beschuldigen, maar wil laten zien hoe een systeem werkt. Eerst wil Gaby Perin-Gopie het over een ándere man hebben: haar opa, Albert Veldhuis, die acht jaar geleden overleed. Ze wil het appartement in Zoetermeer laten zien waar hij woonde, alleen. Het was haar „safe space”, zegt ze, terwijl ze er omheen loopt. De ramen zijn verduisterd, het voortuintje is overwoekerd met hortensia’s. Als kind kwam ze hier elke week. De woonkamer puilde uit met zijn collectie van ruim 450 Monopoly-spellen. Hij noemde zichzelf ‘monopoloog’ en werd vaak in media, ook NRC, geciteerd als deskundige. „Hij speelde het nooit. Maar hij is ervan gaan houden toen hij als kind in een Japans interneringskamp zat en een handgemaakt Monopoly-spel het enige vermaak was.”







