Een man die zich zo diep schaamt dat hij 35 jaar lang probeert een ballon onder water te houden. Zo beschreef Sylvana Simons dinsdagavond bij Pauw & de Wit Donald Pols, die na één dag was weggestuurd bij Tata Steel omdat hij zijn verleden bij een extreemrechtse Zuid-Afrikaanse studentenorganisatie had verzwegen. De affaire was een gemiste kans, zei Simons in een empathische analyse: „Als hij het had gedeeld met de wereld, dan had hij een prachtig voorbeeld kunnen zijn van wat je omgeving met je kan doen in je jonge jaren, hoe je kunt radicaliseren, hoe je kunt deradicaliseren.”
Pols’ duistere verleden – dat werd onthuld door NRC – werd veelal geduid als een jeugdzonde, ook door Pols zelf: „Ik was dan wel negentien jaar oud, maar had eigenlijk het brein van een puber. En ik koos een weg waar ik nu met walging op terugkijk.” Daarbij klonk op tv herhaaldelijk de vaststelling dat Pols zich een deel van de ellende had kunnen besparen als hij op eigen initiatief met zijn verhaal naar voren was gekomen. Wat kunnen eerdere affaires ons leren over de omgang met verkeerde keuzes?
Lees ook
Het verzwegen verleden van Donald Pols: ‘Ik koos een weg waar ik nu met walging op terugkijk’
Donald Pols is niet de eerste publieke figuur die door een ‘jeugdzonde’, een term die een zekere bereidheid tot vergeving impliceert, in de problemen komt. Dinsdag viel op tv ook de naam van Willem Aantjes (1923-2015), die in 1978 moest aftreden als fractievoorzitter van het CDA nadat historicus Loe de Jong in een rechtstreekse televisieuitzending had gemeld dat hij in 1944 lid was geweest van de Waffen SS. Later nuanceerde nieuw onderzoek de bevindingen van De Jong – zo ging het om een lidmaatschap van de minder extreme Germaansche SS – en sprak de historicus spijt uit over zijn „ongenuanceerde” persconferentie. Hoewel Aantjes zich als gerehabiliteerd beschouwde, was zijn rol in het CDA uitgespeeld: hij werd nog wel voorzitter van de Kampeerraad.






